Angel / Un Ange Louise Labé, Douzième Sonnet
Sonnets, Élégies, Épitres...
baptiste.coulmont@nyu.edu
français
néerlandais

Oh, si j'étais en ce beau sein ravie
De celui-là pour lequel vais mourant :

Si avec lui vivre le demeurant
De mes courts jours ne m'empêchait envie :

Si m'accolant me disait : chère Amie,
Contentons-nous l'un l'autre ! s'assurant
Que jà tempête, Euripe, ni Courant
Ne nous pourra disjoindre en notre vie :

Si de mes bras le tenant accolé,
Comme du lierre est l'arbre encercelé,
La mort venait, de mon aise envieuse,

Lors que, souef, plus il me baiserait,
Et mon esprit sur ses lèvres fuirait,
Bien je mourrais, plus que vivante, heureuse.


Och, als ik aan de mooie borst geheven 
Van wie ik wil beminnen tot de dood, 
Met hem zonder dat nijd het mij verbood 
De tijd mocht slijten die me is gebleven,

Als hij me met zijn armen zou omgeven 
En zei: Laat ons genieten zonder nood 
Dat ooit een storm, een stroming of een stoot 
Ons, Lieveling, zou scheiden in ons leven,

Als ik hem in mijn armen hield geprangd, 
Zoals klimop zich om de boomstam rankt, 
En kwam de dood, die mijn geluk benijdde,

Terwijl hij mij nog zoeter kussen gaf 
En op zijn lippen zich mijn geest begaf, 

Dan stierf ik, meer dan levend, van verblijden.



Traduit par Paul Claes

Texte provenant de De Brakke Hond 
Ecole normale supérieure